Mario en de Magiër
In Torre di Venere, een populaire Italiaanse badplaats aan de Tyrreense Zee, glijdt de zomer traag in de herfst. Een jong gezin hoopt er onschuld, ongedwongenheid en rust te vinden, maar komt terecht in een geladen, beklemmende sfeer, waar een kleinzielig zelfbewustzijn heerst en ruzie wordt gemaakt om een vlag. Wanneer het weer omslaat en de verstikkende hitte plaatsmaakt voor een broeierige sirocco, verschijnt Cavaliere Cipolla ten tonele, een demonische, gebochelde hypnotiseur, die met zijn zweep het publiek bespeelt, beveelt en opzweept. In de bescheiden kelner Mario vindt de duistere magiër zijn lotsbestemming.
Met de novelle Mario en de magiër (1930) drukte de Duitse schrijver Thomas Mann (1875-1955) na een vakantie in Italië een drukkend gevoel van onbehagen uit. Een voorvoelen van hoe de wereld door het oprukkende fascisme enkele jaren later in een tweede allesverwoestende oorlog zou vallen. Koenraad Tinel (1934) werd, 150 jaar na de geboorte van Mann, getroffen door de hedendaagse echo’s van diens verhaal en puurt er, in nauwe samenwerking met vertaalster Els Snick, een zinderend verbeelde waarschuwing uit.
Uitgever: Oogachtend |
Beschikbaarheid: Te verschijnen |
Breedte: 18 |
Hoogte: 25 |
Aantal pagina's 300 |
Taal: NL |